ECLI:NL:RBNHO:2023:14111
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens illegale bewoning bedrijfspand niet onevenredig
Eiser betwistte een last onder dwangsom opgelegd door de gemeente Purmerend wegens het bewonen van een bedrijfspand in strijd met het bestemmingsplan. De overtreding werd vastgesteld na een controle in 2019, waarna handhaving werd ingezet met een begunstigingstermijn die vanwege COVID-19 tijdelijk werd opgeschort. Na het verstrijken van deze termijn werd de last onder dwangsom definitief opgelegd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat handhaving onevenredig is vanwege zijn medische situatie, de positieve sociale effecten van zijn bewoning, het ontbreken van alternatieve huisvesting, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door andere situaties van bewoning in de gemeente. De rechtbank oordeelde dat de medische omstandigheden onvoldoende onderbouwd waren om van handhaving af te zien en dat de positieve effecten niet opwogen tegen het belang van het bestemmingsplan en bedrijfsactiviteiten.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser onvoldoende inspanningen had geleverd om alternatieve huisvesting te vinden en dat de gemeente hem wel degelijk hulp had aangeboden. Ook was er geen sprake van ongelijke behandeling, omdat andere bewoningen niet waren toegestaan en handhaving daar ook zou plaatsvinden. De begunstigingstermijn van zesentwintig weken werd als redelijk beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last blijft in stand.