Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 3.121.875,52en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Noord-Holland
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van ruim 3 miljoen euro, later bijgesteld tot ongeveer 1 miljoen euro, op grond van strafbare feiten waarvoor de veroordeelde was gedagvaard. Tijdens de terechtzitting op 27 en 28 november 2023 werden de veroordeelde, zijn raadsvrouw en de officier van justitie gehoord. De veroordeelde werd vrijgesproken van het produceren van amfetamine, maar veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen en het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De rechtbank oordeelde dat hoewel aannemelijk is dat de veroordeelde enig wederrechtelijk voordeel heeft genoten, het ontnemingsrapport uitsluitend gebaseerd is op de productie van amfetamine, waarvoor vrijspraak is gegeven. Het rapport bevat geen onderbouwing van het voordeel uit het ter beschikking stellen van onroerend goed en het voorhanden hebben van amfetamineolie. Zonder concrete onderbouwing acht de rechtbank zich niet in staat een schatting te maken van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Daarom wijst de rechtbank de ontnemingsvordering af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland te Alkmaar op 22 december 2023.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.