Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats 1] (hierna te noemen: [de minderjarige 1] ), in te schrijven op de Rooms-Katholieke Basisschool [naam] te [plaats] ;
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2] (hierna te noemen: [de minderjarige 2] ), klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen dan wel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk is;
3.De verdere beoordeling
[verzoekster] ,voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met wijziging in zoverre van het van de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 25 februari 2020 deel uitmakende ouderschapsplan, te bepalen dat de zorgregeling tussen [verzoekster] en [de minderjarige 2] als volgt wordt geregeld:
[verweerster], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
4.De beslissing
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2] ,