Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
.De rechtbank gaat gelet op het voorgaande dan ook uit van de juistheid van de processen-verbaal. Gelet op het voorgaande is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid Sv en acht de rechtbank de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
36 MAANDEN.
12 MAANDEN nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij
een proeftijd vast van vijf jaren.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 10,050,76, bestaande uit € 50,76 als vergoeding voor de materiële en € 10,000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.050,76bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 dagengijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 10.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.000,-bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 dagengijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.