ECLI:NL:RBNHO:2023:11651
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is, ontving een WIA-uitkering die het UWV per 5 september 2022 beëindigde wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn medische situatie onvoldoende was onderzocht en dat zijn beperkingen werden onderschat. De rechtbank heropende het onderzoek en vroeg een toelichting van de neuroloog.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen en experts concludeerde dat er onvoldoende objectieve medische grond was om de beperkingen verdergaand vast te stellen dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De neuroloog kon geen duidelijke oorzaak voor de cognitieve klachten aanwijzen en bevestigde dat bloedonderzoek ontbrak. De arbeidsdeskundige stelde dat eiser niet geschikt was voor zijn oude werk, maar wel voor andere functies die binnen zijn belastbaarheid vielen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, de medische situatie voldoende was onderkend en dat eiser op 1 januari 2021 voor 26,70% arbeidsongeschikt was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.