ECLI:NL:CRVB:2021:2131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 37,25% in WIA-procedure
Appellant, voormalig zelfstandig werkend kok, meldde zich ziek na een verkeersongeval en ontving een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 31,81%, waarna het recht op uitkering werd beëindigd. In bezwaar is dit herzien naar 37,25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. De deskundigen concludeerden geen bevestiging van de door behandelaars gestelde diagnoses en wezen op inconsistenties en aanwijzingen voor onderpresteren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn psychische klachten en vroeg om een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de gebruikte methoden professioneel en dat de extra medische informatie na de datum in geding niet relevant was. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op 37,25% is vastgesteld.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 37,25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.