ECLI:NL:RBNHO:2022:9422
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deelintrekking, herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds 2017 een bijstandsuitkering. De gemeente heeft de uitkering over 2019 gedeeltelijk ingetrokken, herzien en een bedrag van €9.403,41 bruto teruggevorderd, omdat eiser niet had gemeld dat hij geldleningen en stortingen van zijn ouders had ontvangen. De rechtbank bevestigt dat de gemeente terecht is uitgegaan van de juiste bedragen, ondanks betwisting door eiser over de hoogte van de bedragen in april en mei 2019. Eiser kon onvoldoende onderbouwen dat contante bedragen en bankstortingen niet dubbel werden meegeteld.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de bruto terugvordering terecht is, omdat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en het bedrag niet binnen hetzelfde kalenderjaar heeft voldaan. De gemeente mocht daarom het bedrag verhogen met loonheffing. Eiser had bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar dit verandert niets aan de bevoegdheid van de gemeente tot brutering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de intrekking over mei en juni 2019 blijft, de herziening over januari-april en juli-oktober 2019 gehandhaafd blijft, en eiser het bedrag van €9.403,41 moet terugbetalen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de gedeeltelijke intrekking, herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering over 2019.