ECLI:NL:RBNHO:2022:878
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak voorzieningenrechter
Verzoeker heeft op 19 december 2021 een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter die op 2 december 2021 uitspraak had gedaan in een voorlopige voorziening in de hoofdzaak. De wrakingskamer heeft overwogen dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een wrakingsverzoek moet worden gedaan voordat de rechter uitspraak doet, omdat wraking geen rechtsmiddel is tegen een gegeven beslissing.
Verzoeker stelde dat een voorlopige voorziening geen einduitspraak is en verwees naar een eerdere uitspraak van rechtbank Oost-Brabant, maar dit werd door de wrakingskamer verworpen. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek te laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld en verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De beslissing is op 17 januari 2022 in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak van de voorzieningenrechter is ingediend.