Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
Boetebepaling
Rechtbank Noord-Holland
De eisende partij vordert schadevergoeding wegens illegale hennepkwekerij in zijn verhuurde woning. Hij claimt herstel- en schoonmaakkosten van €15.153 en gederfde huurinkomsten van €49.000 over de periode september 2020 tot oktober 2021. Tevens vordert hij boetes en reputatieschade.
De rechtbank stelt vast dat de herstelkosten voldoende zijn onderbouwd met facturen en bonnen en wijst deze toe. Voor de gederfde huurinkomsten oordeelt de rechtbank dat volledige toewijzing onredelijk is vanwege de duur van sluiting en herstel, en de verplichting tot schadebeperking door de verhuurder. De schade wordt vastgesteld op €35.000.
De boetebedingen in de huurovereenkomst worden als oneerlijk beoordeeld vanwege cumulatie en onredelijkheid conform het Radlinger-arrest en Richtlijn 93/13/EEG, waardoor toewijzing wordt afgewezen. De reputatieschade is onvoldoende onderbouwd en wordt eveneens afgewezen.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €50.153 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €50.153 aan schadevergoeding en proceskosten, met afwijzing van boetebedingen en reputatieschade.