Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. E. Jochem,
mrs R.H.M. Bruin, J.M. Janse van Mantgem en F. Kleefmann,
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende twee wrakingsverzoeken in: één gericht tegen de wrakingskamer zelf en één tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde. Het verzoek tegen de wrakingskamer werd gebaseerd op ongefundeerde beschuldigingen, waaronder vermeende lidmaatschap van een vrijmetselaarsloge en het niet toestaan van audiovisuele opnamen, wat de wrakingskamer als evident misbruik van recht beoordeelde.
Het wrakingsverzoek tegen de rechter was niet ontvankelijk omdat het pas na de uitspraak in de hoofdzaak werd ingediend. De uitspraak was op 27 juni 2022 om 15:00 uur gedaan, terwijl het wrakingsverzoek pas om 16:43 uur binnenkwam. Volgens artikel 8:15 van Pro de Awb is wraking na uitspraak niet mogelijk.
De wrakingskamer wees ook verzoeken van verzoeker af om eerdere wrakingsbeslissingen te laten vervallen en om audiovisuele opnamen te maken. De wrakingskamer benadrukte dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat en dat de behandeling van het beroep in de hoofdzaak daarmee is afgerond.
Uitkomst: Beide wrakingsverzoeken zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege evident misbruik van recht en te late indiening na uitspraak.