Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
DEFAM B.V., h.o.d.n, Defam Plus, Defam Financieringen, Defam Select
Rechtbank Noord-Holland
Defam B.V. vordert betaling van een openstaand kredietbedrag van €52.726,13 van [gedaagde], gebaseerd op een kredietovereenkomst uit 2003. Defam stelt dat het krediet vervroegd is opgeëist na een betalingsachterstand en ingebrekestelling. [gedaagde] betwist de hoogte van de vordering en de kredietvergoeding.
De rechtbank toetst ambtshalve de kredietovereenkomst aan de Wet op het consumentenkrediet (oud) en de Europese richtlijn consumentenkrediet. De kernvraag is of voorafgaand aan de vervroegde opeising een rechtsgeldige ingebrekestelling is uitgebracht, die een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn en expliciete waarschuwing inhoudt.
Defam kan de ingebrekestelling uit 2008 niet overleggen en de ingebrekestelling uit 2022 herstelt dit gebrek niet. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor vervroegde opeisbaarheid. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Defam in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het kredietbedrag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling voorafgaand aan de vervroegde opeising.