ECLI:NL:RBNHO:2022:6571
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde garage ten onrechte bij woninginhoud gerekend, waarde verlaagd
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning met garage en betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €614.000 voor het jaar 2020. Verweerder had de inhoud van de garage (83 m3) ten onrechte bij de woninginhoud gerekend, terwijl vergelijkingsobjecten dit niet hadden. Dit leidde tot een te hoge waardering van de woning.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde correct is vastgesteld, mede omdat hij niet kon onderbouwen waarom de garage als inpandig moest worden beschouwd. Eiser heeft een lagere waarde van €499.000 voorgesteld, maar ook deze waarde is te laag omdat de ligging aan het water onvoldoende is meegenomen.
Omdat geen van beide partijen hun standpunt volledig aannemelijk kon maken, bepaalt de rechtbank de waarde in goede justitie op €570.000. Tevens wordt een vergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en worden proceskosten van €2.184,26 aan eiser toegekend.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €570.000 en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding en proceskosten.