Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
het medeplegen van het verwerven, verspreiden, ter beschikking stellen of voorhanden hebben van frauduleus verkregen inloggegevens van dertien klanten van de ING waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk (servers van de ING met daarop de internetbankierenomgeving van de ING-klanten), met het oogmerk om daar een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Sr mee te plegen, in de periode van 3 juni 2015 tot en met 26 mei 2016 in Aerdenhout, gemeente Bloemendaal, Almere en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland
De volledige tekst van de tenlastelegging is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Op 18 mei 2016 is de verdachte bij het iCentre in Almere geweest en op 26 bij de iCentres in Arnhem, Hilversum, Almere en Alkmaar. In het geval van rekeninghouder [ING rekeninghouder 2] is er ook een bestelling bij [webwinkel] geplaatst. Deze bestelling is bezorgd op het woonadres van de verdachte. De verdachte heeft het pakketje aangenomen.
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat.
In deze whatsappgroep werd in de periode van 27 november 2015 tot en met 4 december 2015 gesproken over creditcardfraude en het hengelen van de op de frauduleuze wijze aangevraagde creditcards. Ook wordt er een adres gestuurd waarbij aan de verdachte wordt gevraagd of hij ‘het gaat vissen’. De verdachte heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard dat hij wel eens creditcards uit brievenbussen heeft gehengeld. Uit deze bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien leidt de rechtbank af dat de verdachte wist dat de creditcard van [ICS rekeninghouder 2] op frauduleuze wijze was verkregen en dat het van meet af aan de bedoeling was om daarmee geldbedragen van de rekening van [ICS rekeninghouder 2] op te nemen. Met zijn handelingen vormt de verdachte een onmisbare schakel in de oplichting van ICS en rekeninghouder [ICS rekeninghouder 2] . Er is dan ook sprake van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, zodat het medeplegen van de tenlastegelegde oplichting ICS en [ICS rekeninghouder 2] kan worden bewezen.
- ICS
- valselijk gebruik te maken van de bedrijfsnaam en/of het logo van ICS en
- aan te geven dat er een nieuwe creditcard moest worden aangevraagd omdat de oude bijna was verlopen en/of dat er gegevens moesten worden bijgewerkt vanwege een veiligheidsonderzoek, althans een reden aan te geven die verband houdt met de dienstverlening van de ICS aan die bovengenoemde natuurlijke personen, en- aan te geven dat die bovengenoemde natuurlijke personen naar aanleiding van die reden op een link moesten klikken en daar hun gegevens moesten invullen en
- een link op te nemen naar die nagebouwde phishingswebsite gelijkend op het internetbankieren van de ICS en
- de adresgegevens, telefoonnummers en/of emailadressen van die [ICS rekeninghouder 2] had(den) gewijzigd en
- een nieuwe creditcard aan had(den) aangevraagd en daarna
- art. 138ab van het Wetboek van Strafrecht: computervredebreuk
- art. 139d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht: het voorhanden hebben of verspreiden etc. van computerwachtwoorden, toegangscodes en vergelijkbare gegevens
- art. 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht: valsheid in geschrift
- art. 231b van het Wetboek van Strafrecht: het gebruik maken van de identificerende persoonsgegevens van een ander
- art. 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht: oplichting
- art. 350a van het Wetboek van Strafrecht: het veranderen etc. van op een geautomatiseerd werk opgeslagen gegevens
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het oplichten van ICS en één van haar klanten door middel van phishing. Daarnaast heeft de verdachte deel uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband waarin klanten van financiële instellingen werden opgelicht.
7.Bijkomende straf van verbeurdverklaring
8.Vermogensmaatregel
10.Vorderingen benadeelde partijen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
87 [zevenentachtig] dagen.
120 [honderdtwintig] urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 [zestig] dagen hechtenis.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum