Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 16 oktober 2020;
- verklaart het bezwaar gegrond;
- wijzigt de beschikking aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot € 359.000;
- vermindert de aanslag onroerende zaakbelasting tot een berekend bedrag naar een waarde van € 359.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 167,67;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 333,33;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, tot een bedrag van € 1.620, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.
mr. W.G. van Gastelen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op