Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Beslissing
niet bewezenwat aan de verdachte is ten laste gelegd en
spreekt hem daarvan vrij.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 31 mei 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van poging tot afpersing door een geënsceneerde ontvoering en dreigementen richting het slachtoffer. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van een jaar.
De rechtbank beoordeelde de betrouwbaarheid van verklaringen van medeverdachte 1 als voldoende, ondanks eerdere tegenstrijdigheden, en stelde vast dat verdachte als chauffeur betrokken was bij het vervoer van medeverdachten naar een woning in Vlaardingen. Echter, er was onvoldoende bewijs dat verdachte betrokken was bij de voorbereiding of verdere uitvoering van het plan, zoals het schrijven van een afpersingsbrief of het versturen van sms-berichten.
De rechtbank concludeerde dat de bijdrage van verdachte onvoldoende gewicht had om te spreken van medeplegen, en dat zijn rol hooguit medeplichtigheid zou kunnen zijn, wat niet ten laste was gelegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen poging tot afpersing.