Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
22 februari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een gewelddadige diefstal op 17 januari 2018 te Gouda waarbij de verdachte samen met twee medeverdachten betrokken was. Het hof had geoordeeld dat de verdachte medepleger was, hoewel hij niet een van de overvallers was, omdat hij in de nabijheid van de overval in een auto rondreed en als bestuurder optrad bij de vlucht met de gestolen goederen.
De verdachte had wisselende verklaringen gegeven over zijn rol en de eigendom van een witte iPhone die in de auto werd aangetroffen. Het hof achtte de verklaringen van de verdachte niet aannemelijk en concludeerde dat hij nauwe en bewuste samenwerking had met de overvallers. De Hoge Raad herhaalt de criteria voor medeplegen en benadrukt dat het hof de motivering voor medeplegen, gezien de gedragingen die ook met medeplichtigheid in verband kunnen worden gebracht, onvoldoende heeft onderbouwd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing. De klachten over andere aspecten van het vonnis leiden niet tot vernietiging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.