Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2022 in de zaak tussen
[X] B.V., te [Z], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, Douane Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Dit komt door de onderbezetting van het proces bezwaar, in het bijzonder voor complexe zaken gekwalificeerde medewerkers. Daarnaast heeft het feit dat het beroep van eiseres in de zaak HAA 20/574 bij deze rechtbank aanhangig is een rol gespeeld. In die zaak zijn namelijk dezelfde rechtsvragen aan de orde. Het zou daarom met het oog op de proces efficiëntie goed zijn geweest als eiseres had ingestemd met aanhouding van de behandeling. De aanleiding voor het uitreiken van de UTB, de correctie van de aangegeven douanewaarden, het grote aantal aangifteregels, de concernstructuur waarvan eiseres deel uitmaakt en het feit dat het om de eigen middelen van de EU gaat, maken dit een complexe zaak waarin niet op voorhand vast staat de UTB onterecht is opgelegd. Verweerder zal zich eraan verbinden eiseres uiterlijk in mei 2022 uit te nodigen voor een hoorgesprek.
De redelijke termijn is dus niet overschreden. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Beslissing
M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op