ECLI:NL:RBNHO:2022:4684

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2022
Publicatiedatum
31 mei 2022
Zaaknummer
9686880
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:686a lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst

De Stichting Zorgkoepel West-Friesland heeft een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De werknemer heeft verweer gevoerd en een zitting vond plaats. Kort voor de uitspraak heeft de werkgever het verzoek ingetrokken.

De werknemer verzocht daarop om volledige proceskostenveroordeling van de werkgever. De kantonrechter beoordeelde dat de werkgever als partij die ongelijk krijgt, veroordeeld moet worden tot betaling van proceskosten, vastgesteld op €747,00 volgens de gebruikelijke tarieven.

Er werd echter geen aanleiding gezien om de werkgever in de volledige proceskosten te veroordelen, omdat daarvoor buitengewone omstandigheden zoals misbruik van procesrecht vereist zijn. Het enkele feit van intrekking vlak voor de uitspraak en het voorlopige oordeel over ernstig verwijtbaar handelen waren niet voldoende om misbruik aan te nemen.

De kantonrechter wees erop dat ook na een beschikking tot ontbinding het verzoek ingetrokken had kunnen worden, zeker als een billijke vergoeding was verbonden. Er was geen bewijs dat het oorspronkelijke verzoek evident ongegrond was. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €747,00 na intrekking van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 9686880 \ AO VERZ 22-8 (PA)
Uitspraakdatum: 4 mei 2022
Beschikking in de zaak van:
de stichting
Stichting Zorgkoepel West-Friesland
gevestigd te Hoorn
verzoekende partij
verder te noemen: Zorgkoepel
gemachtigde: mr. G.G. Bosch
tegen
[verweerster]
wonende te [woonplaats]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerster]
gemachtigde: mr. M.M. van Til

1.Het procesverloop

1.1.
Zorgkoepel heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend. Er heeft een zitting plaatsgevonden.
1.2.
Met een brief van 28 april 2022 heeft Zorgkoepel het verzoek ingetrokken. In een brief van 29 april 2022 heeft [verweerster] verzocht om Zorgkoepel te veroordelen in de volledige proceskosten. Partijen hebben met brieven van 2 en 3 mei 2022 nog gereageerd.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter moet in deze zaak alleen nog uitspraak doen over de proceskosten.
2.2.
Zorgkoepel wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat zij moet worden aangemerkt als de partij die ongelijk krijgt. Zorgkoepel heeft immers het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingetrokken. Die kosten zullen met toepassing van de Aanbeveling schikking en proceskosten Wwz worden vastgesteld op een bedrag van € 747,00.
2.3.
De kantonrechter ziet geen grond om Zorgkoepel te veroordelen in de volledige proceskosten, zoals door [verweerster] is verzocht. Daarbij is het volgende van belang.
2.4.
Voor een veroordeling in de volledige proceskosten bestaat alleen aanleiding in buitengewone omstandigheden, met name in geval van misbruik van procesrecht. [1]
2.4.
Er is pas sprake van misbruik van procesrecht (of onrechtmatig handelen) als het instellen van een vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Dat is alleen dan het geval als eiser een vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter.
2.5.
Het enkele feit dat Zorgkoepel het verzoekschrift heeft ingetrokken kort voor de datum waarop uitspraak zou worden gedaan, levert geen misbruik van procesrecht op. De omstandigheid dat Zorgkoepel kennelijk naar aanleiding van het voorlopig oordeel van de kantonrechter op de zitting heeft besloten tot intrekking, ook niet. Dat de kantonrechter in dat voorlopig oordeel heeft benoemd dat een ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Zorgkoepel, is evenmin voldoende grond om misbruik van procesrecht aan te nemen. Overigens had Zorgkoepel ook na een beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst de bevoegdheid om het verzoek in te trekken, als aan die ontbinding de door [verweerster] verzochte billijke vergoeding was verbonden. [2] Dat het oorspronkelijke verzoek achterwege had moeten blijven gelet op de evidente ongegrondheid ervan, is niet gesteld en ook niet gebleken.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Zorgkoepel tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verweerster] tot en met vandaag vaststelt op € 747,00 aan salaris gemachtigde;
3.2.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 4 mei 2022 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Hoge Raad, 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2366 (
2.Artikel 7:686a lid 6 BW.