Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5] en [gedaagde 6],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, eigenaar van een woning in [plaats], vordert in kort geding de ontruiming van de woning die sinds 2008 werd verhuurd aan de inmiddels overleden huurder. De huurder is op 19 februari 2020 overleden, maar de woning wordt nog bewoond door diens dochter en anderen. Eiseres wil de woning ontruimen om geplande renovaties te kunnen uitvoeren.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de huurder is overleden en dat de dochter geen rechtmatige huurder is, mede doordat zij niet in de Basisregistratie Personen op het adres staat ingeschreven. Ondanks sommatie tot ontruiming en medewerking aan werkzaamheden, is geen gehoor gegeven. De rechter wijst de gevorderde ontruiming toe en veroordeelt gedaagden tot ontruiming uiterlijk 3 juni 2022.
Daarnaast worden gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om tijdige uitvoering te waarborgen. Hiermee kan eiseres de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan de woning starten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld de woning uiterlijk 3 juni 2022 te ontruimen en tot betaling van proceskosten.