Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.Feiten
3.Het verzoek
;
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer werd op 5 november 2021 op staande voet ontslagen door Hoogesteger vanwege het ernstig mishandelen van een collega in de nacht van 3 op 4 november 2021 en het uiten van bedreigingen jegens collega’s tijdens een gesprek op 4 november 2021. De werknemer erkende de mishandeling en de ernst van de verwondingen, maar stelde dat het ontslag onterecht was omdat het incident in de privésfeer zou liggen en er geen hoor en wederhoor had plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat de mishandeling en bedreigingen een dringende reden vormen voor ontslag op staande voet, zoals ook in de wet is opgenomen. De gedragingen vonden plaats jegens collega’s, waardoor het niet om privégedrag ging. Het ontslag en de dringende reden zijn onverwijld meegedeeld en onderbouwd. De werknemer had ook de gelegenheid gekregen zijn visie te geven.
De persoonlijke omstandigheden en de duur van het dienstverband wegen onvoldoende mee om het ontslag onrechtmatig te maken. De werknemer had bovendien sinds december 2021 een andere baan, waardoor de gevolgen van het ontslag beperkt zijn. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en andere nevenverzoeken werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens mishandeling en bedreiging van collega’s is rechtsgeldig verklaard en het verzoek tot vernietiging afgewezen.