ECLI:NL:RBNHO:2022:2985
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte van hond afgewezen wegens wettelijk vermoeden van bezit en eigendom
Eiseres heeft op 31 oktober 2021 twee hondjes gekocht en één daarvan, hondje 2, op 12 november 2021 aan gedaagde overhandigd met het bijbehorende paspoort. Gedaagde heeft het hondje laten vaccineren en op haar naam geregistreerd. Eiseres vordert in kort geding de afgifte van het hondje omdat zij stelt eigenaresse te zijn en gedaagde het hondje zonder recht onder zich houdt.
Gedaagde voert verweer dat zij het hondje als bezitster houdt en dat eiseres het hondje heeft geschonken. De kantonrechter stelt vast dat de bezitter van een goed vermoed wordt rechthebbende te zijn en dat dit vermoeden niet is weerlegd door eiseres. De feiten en omstandigheden wijzen erop dat het hondje niet slechts tijdelijk is uitgeleend, maar daadwerkelijk aan gedaagde is overgedragen.
Daarom wordt de vordering afgewezen omdat eiseres onvoldoende heeft gesteld om het wettelijk vermoeden te weerleggen. Ook is niet gebleken dat gedaagde het hondje niet goed verzorgt. De proceskosten worden aan eiseres opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van het hondje wordt afgewezen omdat het wettelijk vermoeden dat gedaagde rechthebbende is niet is weerlegd.