Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
NOW Netherlands B.V.
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer, die een vaststellingsovereenkomst met zijn werkgever had gesloten, vorderde schorsing van het relatiebeding uit die overeenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden. Hij stelde dat na het sluiten van de overeenkomst een nieuwe arbeidsmogelijkheid bij een concurrent ontstond, wat niet voorzien was en onbillijk zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat een omstandigheid onvoorzien is indien deze niet in de vaststellingsovereenkomst is verdisconteerd. Omdat het relatiebeding expliciet in de overeenkomst was opgenomen en partijen, inclusief hun advocaten, hierover uitgebreid hadden onderhandeld, was er geen sprake van onvoorziene omstandigheden. De werknemer had de gevolgen van het beding na afweging van zijn belangen aanvaard.
De rechter benadrukte dat een nieuwe belangenafweging na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst afbreuk zou doen aan de rechtszekerheid. De vordering tot schorsing werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het relatiebeding wordt afgewezen en de werknemer blijft gebonden aan het beding tot 1 december 2023.