ECLI:NL:RBNHO:2022:11512
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten consument
De zaak betreft een vordering gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De eisende partij, een vennootschap gevestigd in Dublin, heeft de gedaagde partij gedagvaard, maar deze is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De rechtbank toetst ambtshalve of aan de (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW is voldaan. De eisende partij heeft echter onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij aan deze plichten heeft voldaan, zoals vereist door de wet en bevestigd in jurisprudentie van de Hoge Raad.
De eisende partij heeft nagelaten een met schermafdrukken onderbouwde toelichting te geven over het bestelproces en heeft niet aangetoond dat essentiële informatie conform artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v lid 7 BW op duidelijke wijze is verstrekt. Hierdoor kan de rechtbank niet vaststellen dat de consument adequaat is geïnformeerd.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de eis en de gronden daarvan volledig en waarheidsgetrouw worden gesteld, wat hier niet is gebeurd. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt de eisende partij in de proceskosten, die voor de gedaagde partij nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de naleving van de precontractuele informatieplichten.