Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- [bedrijf 2] B.V.
- [bedrijf 3] B.V.
- [bedrijf 4] B.V.
- [bedrijf 5] B.V.
- [bedrijf 6] B.V.
- [bedrijf 7] B.V.
- [bedrijf 8] B.V.
- [bedrijf 9] B.V.
- [bedrijf 10] B.V.
- [bedrijf 11] B.V.
- [bedrijf 12] B.V.
- [bedrijf 13] B.V.
- [bedrijf 14] B.V.
- [bedrijf 15] B.V.
€ 215.239. [naam 4] is de meest verdienende werknemer van het [bedrijfsnaam] .
Door middel van deze brief bevestigen wij dat bij [bedrijf 20] het gebruikelijke salaris voor een directeur van 150 medewerkers in 2016 lag rond € 120.000 per jaar, inclusief vakantiegeld en exclusief auto en onkosten.”
Bij deze bevestigen wij u dat binnen [bedrijf 21] het gebruikelijk jaarsalaris van een Directeur van een installatie bedrijf met 150 medewerkers in 2016 € 126.073,15 bedroeg inclusief vakantiegeld en exclusief leaseauto en onkostenvergoeding.”
1. Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, wordt het in het kalenderjaar van dat lichaam genoten loon ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:
De nieuwe opzet van de regeling maakt het ook gemakkelijker om in situaties waarin de dienstbetrekking van de meestverdienende werknemer in dienst van de vennootschap van de DGA niet vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de DGA, het loon van een van de overige werknemers van de vennootschap als uitgangspunt te nemen. Het idee achter de aansluiting bij de meestverdienende andere werknemer is dat het ongebruikelijk is dat een aanmerkelijkbelanghouder minder verdient dan een werknemer zonder aanmerkelijk belang. Voor bepaalde werknemers kan het echter aannemelijk zijn dat zij, ook in een situatie zonder aanmerkelijk belang, een hoger salaris hebben dan een leidinggevende/eigenaar. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties waarbij de meestverdienende werknemer beschikt over zeer specifieke of schaarse deskundigheid. Met toepassing van de tegenbewijsregeling uit het tweede lid, kan ook uitgegaan worden van het loon van een van de andere werknemers indien aannemelijk is dat die werknemer de meest vergelijkbare dienstbetrekking heeft.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- handhaaft de naheffingsaanslag zoals deze ambtshalve is verminderd;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 2.026; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345 aan eiseres te vergoeden.