ECLI:NL:RBNHO:2021:9867
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser, huurder van een appartement, tegen de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op €147.000 per 1 januari 2018 voor het kalenderjaar 2019.
Eiser voerde aan dat de waardering onvoldoende rekening hield met achterstallig onderhoud, gedateerde voorzieningen en de ligging van de woning, en stelde een lagere waarde van €114.000 voor. Verweerder stelde dat eiser geen procesbelang had, wat de rechtbank verwierp, en onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix en vergelijkingsobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de verschillen in onderhoud, kwaliteit en ligging adequaat waren meegenomen in de waardering. De vastgestelde WOZ-waarde stond niet in onjuiste verhouding tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter H. de Jong op 24 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €147.000 wordt ongegrond verklaard.