Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 september 2020 met producties 1 tot en met 4,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie met producties 1 tot en met 19 van de zijde van [gedaagde] ,
- het tussenvonnis van 2 juni 2021 waarbij een descente en een mondelinge behandeling is gelast,
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte wijziging eis met productie 5 van de zijde van [eiser] ,
- de antwoordakte wijziging van eis van de zijde van [gedaagde] ,
- de bij rolbericht van 24 augustus 2021 door [eiser] overgelegde producties 6 en 7,
- het proces-verbaal van descente, mondelinge behandeling en getuigenverhoor,
2.Feiten
(…) - in de periode dat ik eigenaar ben geweest van de onroerende zaak is nooit enige wijziging geweest van de erfgrenzen;
(…) Toen mijn vrouw en ik in 1969 en 1986 eigenaars werden van de percelen (…) was de situatie al zoals die nu is. (…)
Toen ik het huis kocht toen heb ik het aangetroffen zoals het nu is. Ik heb achter in de tuin een doorbraak gemaakt in de schutting die daar toen stond. In 1986 heb ik namelijk de kapsalon gekocht van mijn schoonmoeder. [opmerking rechtbank: percelen met kadastrale nummers [kadastraalnr. 4] en [kadastraalnr. 3] ] Daardoor kwam het perceel achter de schutting ook in mijn hand. De schutting bestond uit hout en ik heb daar een opening in gemaakt waar ik doorheen kon. (…)
(…) verklaart dat de huidige tuinafscheiding tussen [kadastraalnr. 2] en no [kadastraalnr. 3] en met struiken en asbestplaten scheiding met [kadastraalnr. 1] in haar herinnering altijd zo was.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
verkrijgendeverjaring is een onafgebroken bezit te goeder trouw van tien jaar vereist. [1] Een bezitter is te goeder trouw, wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen. [2] Goede trouw is niet vereist voor het verkrijgen van een registergoed door middel van
bevrijdendeverjaring. Degene die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van een rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, verkrijgt dat goed, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. [3] De termijn voor een bevrijdende verjaring bedraagt in beginsel twintig jaar. [4]
bezit. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf. [5] De vraag of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf doet, wordt beoordeeld naar verkeersopvatting, uiteraard met inachtneming van de wettelijke regels en overigens op grond van uiterlijke feiten. [6] Er geldt dus een objectieve maatstaf. Bij de vraag of sprake is van bezit moet de aard van het betrokken goed (hier: een tuin op een erf) in aanmerking moet worden genomen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt verder dat (ook naar huidig recht) het bezit ondubbelzinnig en openbaar (kenbaar) moet zijn. [7] ‘Niet-dubbelzinnig bezit’ is aanwezig wanneer de bezitter zich zodanig gedraagt dat de eigenaar tegen wie de verjaring loopt, daaruit niet anders kan afleiden dan dat de bezitter pretendeert eigenaar te zijn. [8]
verkrijgendeverjaring vereiste goede trouw zou ontbreken, geldt dat de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit is verjaard op 11 juli 2006. In dat geval zijn [xxx] en zijn echtgenote op 11 juli 2006 door
bevrijdendeverjaring eigenaar geworden van de grond.
1.970,50(3,5 punten × tarief € 563,00)