Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
feit 1 subsidiairheeft begaan, met dien verstande dat:
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
bewezen verklaarde feit 1 subsidiairlevert op:
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
feit 1 primairen
feit 2is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
feit 1 subsidiairheeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.
6 (zes) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardendat de verdachte:
meldplicht: zich meldt bij de reclassering als hij daartoe wordt opgeroepen en zich daarna blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
ambulante behandeling: meewerkt aan diagnostiek en een eventueel daaruit volgende ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en zich daarbij houdt aan de huisregels en de aanwijzingen, die de zorgverlener geeft. Deze behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.
andere voorwaarden het gedrag betreffende: de inspanningsverplichting heeft tot het hebben en het houden van een zinvolle dagbesteding in vorm van scholing en/of werk en toestemming geeft aan de toezichthouder tot het onderhouden van contact met school en/of werk.
contactverbod: op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of contact zoekt met medeveroordeelde [F.] , geboren op [geboortedatum en -plaats], zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.
toede vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij
[betrokkene 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 950,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
19 (negentien) dagengijzeling.
toede vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij
[betrokkene 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.800,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
28 (achtentwintig) dagengijzeling.
hoofdelijkheid, dat als de hiervoor genoemde schadebedragen of een deel daarvan al door of namens een mededader aan de benadeelde partijen en/of de Staat zijn betaald, de verdachte in zoverre van zijn betalingsverplichtingen zal zijn bevrijd.