ECLI:NL:RBNHO:2021:75
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P. van der Haak
- S.I.A.C. Angenent-Bakker
- A.J.H. Tuzgöl-Broekhoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot adoptie en erkenning buitenlandse adoptie van Congolese kinderen
Verzoekers, met de Congolese nationaliteit en woonachtig in Nederland, hebben in 2012 drie Congolese kinderen geadopteerd die nog in Congo wonen. Zij vragen de Nederlandse rechter primair om adoptie naar Nederlands recht uit te spreken en subsidiair om de Congolese adoptie te erkennen. De rechtbank stelt vast dat de kinderen in Congo wonen en dat verzoekers geen beginseltoestemming van de Minister van Justitie en Veiligheid hebben ontvangen, wat wettelijk vereist is.
De rechtbank toetst eerst de erkenning van de buitenlandse adoptie aan de voorwaarden van artikel 10:109 BW Pro en de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka). De Congolese adoptie is niet erkend omdat niet aan de Wobka is voldaan, onder meer vanwege het ontbreken van beginseltoestemming, de leeftijd van de adoptiefouders en de kinderen, en het te grote leeftijdsverschil. Hoewel de adoptie in het belang van de kinderen is, ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van de wettelijke eisen, mede om ongewenste precedentwerking te voorkomen.
Vervolgens beoordeelt de rechtbank het verzoek tot adoptie naar Nederlands recht. Dit verzoek wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke gronden en voorwaarden, zoals de leeftijd van het meerderjarige kind en de vereiste termijn van verzorging en opvoeding. De rechtbank concludeert dat de afstandelijke ondersteuning van de kinderen niet voldoet aan het criterium verzorging en opvoeding. De verzoeken worden derhalve afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie en erkenning van de buitenlandse adoptie af wegens strijd met wettelijke voorwaarden en ontbreken van beginseltoestemming.