Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
In het voorgaande (zie 4.3) heeft [eiser] naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwing gegeven om te worden toegelaten tot bewijslevering van zijn stelling dat sprake is van een fout. Meer in het bijzonder zal [eiser] worden opgedragen te bewijzen:
5.De beslissing
27 januari 2021voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met juli 2021 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,