ECLI:NL:RBNHO:2021:4345
Rechtbank Noord-Holland
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot einde strafzaak wegens onaanvaardbare vertraging in witwaszaak
Op 2 maart 2021 diende de verdachte een verzoek in bij de rechtbank Noord-Holland om zijn strafzaak, geregistreerd onder parketnummer 21-002890, te beëindigen wegens onaanvaardbare vertraging. De zaak betreft verdenking van witwassen, waarbij verdachte sinds november 2017 in verzekering is gesteld, goederen in beslag zijn genomen en hij als verdachte is gehoord.
De officier van justitie betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek, stellende dat de vervolging nog niet was aangevangen, maar erkende dat het onderzoek traag verliep. De rechtbank oordeelde dat de vervolging wel degelijk was aangevangen, gezien de inverzekeringstelling, het beslag en de aangekondigde verbeurdverklaring, waardoor de verdachte ontvankelijk is in zijn verzoek.
Inhoudelijk constateerde de rechtbank dat sinds maart 2020 geen voortgang meer was in het onderzoek, wat de onzekerheid voor de verdachte vergroot. De rechtbank besloot daarom het onderzoek te heropenen en het OM een termijn van drie maanden te geven om duidelijkheid te verschaffen over de voortgang, waarna een beslissing zal volgen.
De beschikking werd op 2 juni 2021 gegeven door rechter L.J. Saarloos in Alkmaar, waarbij het onderzoek werd geschorst tot 8 september 2021.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzoek ontvankelijk en schorst het onderzoek om het OM drie maanden te geven voor duidelijkheid over de voortgang.