ECLI:NL:RBNHO:2021:4195
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid passagier wegens ontbreken procesvolmacht en kostenveroordeling gemachtigde
In deze civiele procedure tussen een passagier en de vervoerder Finnair OYj heeft de kantonrechter geoordeeld dat de gemachtigde van de passagier geen toereikende procesvolmacht in het geding heeft gebracht, ondanks een bevel daartoe. Hierdoor werd de passagier niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De vervoerder verzocht tevens om de gemachtigde te veroordelen tot betaling van de proceskosten wegens misbruik van procesrecht, omdat de vordering gebaseerd was op onjuiste en onvolledige feiten waarvan de gemachtigde op de hoogte was. De kantonrechter overwoog dat voor een integrale proceskostenvergoeding sprake moet zijn van evidente ongegrondheid en misbruik, waarbij terughoudendheid geboden is vanwege het recht op toegang tot de rechter.
Daarnaast werd het subsidiaire verweer van cessie van de vordering aan AirHelp betrokken. De passagier had een assignmentformulier ondertekend waardoor het vorderingsrecht was overgedragen, waardoor zij niet langer bevoegd was over de vordering te beschikken. De gemachtigde, bekend met deze cessie, had desalniettemin de procedure namens de passagier gevoerd zonder de juiste volmacht.
Gelet op deze omstandigheden vond de kantonrechter het onredelijk om de passagier in de kosten te veroordelen en veroordeelde daarom de gemachtigde op grond van artikel 245 Rv Pro tot betaling van de proceskosten van € 1.500 exclusief btw. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter S.N. Schipper op 14 april 2021.
Uitkomst: De passagier wordt niet-ontvankelijk verklaard en de gemachtigde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.