Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 mei 2021 in de zaak tussen
Stichting [X] , gevestigd te [Z] , eiseres
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
[D] , vergezeld van [E] RT, taxateur.
Overwegingen
Voorliggende nota Grondprijsbeleid legt de grondprijzen voor 2019 vast (…)
De taxatiewijzer is in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) tot stand gekomen in de taxatietechnische Kerngroep. Daarin hebben onder meer deelgenomen de VNG, de Waarderingskamer, een aantal met name genoemde gemeenten en taxatiebedrijven. Bij de vaststelling van de waarde van de verschillende deelobjecten is binnen de in de taxatiewijzer bepaalde brandbreedte, steeds gebruik gemaakt van de kengetallen als vermeld in de taxatiewijzer. Door gebruik te maken van de taxatiewijzer heeft verweerder de waarden op verifieerbare en controleerbare wijze onderbouwd. Voor de bepaling van de vervangingswaarde per vierkante meter van de was/kleedruimte, sportveld algemeen onverhard, lichtmast, sportveld algemeen verhard, voetbalveld gras, kantine, tribune en sportveld algemeen verhard, heeft verweerder aansluiting gezocht bij het archetype S1603002, respectievelijk S1201500, S2904400, S1201800, S1201500, S1703302, S1402300 en S1201700, zoals genoemd in de taxatiewijzer. De voor de ruw-, afbouw en installaties toegekende vierkante meterprijzen heeft verweerder vastgesteld binnen de voor het betreffende archetype gestelde bandbreedte. Ook de door verweerder gehanteerde levensduur en percentages voor de restwaarden van de betreffende objectonderdelen zijn binnen de in de taxatiewijzer gestelde bandbreedten vastgesteld.
Verweerder heeft derhalve de waardering van de onderdelen terecht niet gewaardeerd op de restwaarde ervan (vgl. ECLI:NL:GHARL:2018:2604). De rechtbank voegt hieraan nog toe dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat aan één van de twee sportvelden “sportveld algemeen verhard” zoals vermeld bij de objectonderdelen, ten onrechte het archetype S1201700 met een bijbehorende (lagere) prijs per vierkante meter van € 52,29 is toegekend, hetgeen niet ten nadele is van eiseres. Aan dit tweede sportveld had dan ook het archetype S1201800 met een bijbehorende, hogere prijs per vierkante meter van € 66,67 moeten worden toegekend.
De aan de extra grond toegekende waarde van € 10 per vierkante meter is derhalve niet te hoog.
Met betrekking tot de waarde van de grond bij niet-woning is de rechtbank van oordeel dat verweerder, onder verwijzing naar het grondprijsbeleid 2019 van de gemeente [Z] , aannemelijk heeft gemaakt dat de hieraan toegekende waarde van € 120 per vierkante meter niet te hoog is. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat het oppervlak van de grond bij niet-woning 1.500 m² bedraagt.
Daartoe overweegt zij dat verweerder onweersproken heeft gesteld dat niet slechts de grond onder het gebouw (kavel [# 1] ) met een oppervlak van 879 m² dient te worden gerekend tot de grond bij niet-woning maar dat ook de gronden rondom bedoeld gebouw (kavels [# 2] en [# 3] ) hiertoe dienen te worden gerekend.
Doel en strekking van de Wet WOZ brengen mee dat de waarde van een onroerende zaak voor elk tijdvak opnieuw wordt bepaald, aan de hand van feiten en omstandigheden die zich op of rond de waardepeildatum voordoen, met voorbijgaan aan de waarde die per een vorige waardepeildatum aan de onroerende zaak is toegekend. Een waardevaststelling waarbij rekening wordt gehouden met de waarde per een eerdere waardepeildatum is derhalve in strijd met de hiervoor beschreven systematiek van de Wet WOZ en levert geen maatstaf op voor de vaststelling of de beoordeling van de onderhavige WOZ-waarde. Het standpunt dat de waarde teveel is gestegen ten opzichte van de vorige waardevaststelling faalt dan ook.
Beslissing
mr. G.H. de Soeten, leden, in aanwezigheid van R. van der Vecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.