Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.Feiten
3.De vordering
4.De tegenvordering
5.De beoordeling
maandelijksetermijnen zou terugbetalen.
Rechtbank Noord-Holland
Deze civiele zaak betreft een leenovereenkomst tussen eiser en gedaagde en vorderingen over een samenwerking en recensies. Eiser had €13.900,- uitgeleend voor een auto, waarvan €7.100,- was terugbetaald. Eiser stelde dat gedaagde haar betalingsverplichtingen niet nakwam en ontbond de leenovereenkomst, waarna hij betaling van het restant vorderde.
De kantonrechter oordeelde dat partijen hadden afgesproken dat de lening in 48 maandelijkse termijnen van €250,- zou worden terugbetaald, waarvan gedaagde sinds september 2019 niet meer betaalde. Dit rechtvaardigde ontbinding en onmiddellijke betaling van het openstaande bedrag van €6.800,-, vermeerderd met rente en incassokosten.
De tegenvordering van gedaagde, gebaseerd op een vermeende winstverdeling en vergoeding voor recensies, werd afgewezen wegens verjaring en het ontbreken van een overeenkomst van opdracht. De kantonrechter wees het beroep op opschorting van verjaring wegens relatie af, verwijzend naar jurisprudentie dat dit niet geldt voor niet-samenwonenden.
Beide partijen dragen hun eigen proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet €6.800,- plus rente en incassokosten in één keer betalen; tegenvordering afgewezen wegens verjaring en gebrek aan opdracht.