Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 maart 2021 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Ik heb de administratie van de [E] over deze jaren beoordeeld. Het blijkt dat een aantal cruciale zaken niet wordt geadministreerd of bewaard. Ik ben van mening dat de administratie niet voldoet aan de eisen van artikel 52 en Pro 53, lid 1 onderdeel b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen […]. Op grond van artikel 52, lid 6 kan de controle niet binnen een redelijke termijn uitgevoerd worden. […]
De administratie is niet gevoerd naar de eisen van uw bedrijf[…] In uw geval ontbreken de volgende gegevens:• Dagelijkse Z-afslagen.
1. pinbetalingen worden op datum bijschrijving in kasboek genoteerd;
De administratie is niet bewaard[…] Het gaat om de volgende gegevens:
Beoordeling van het geschil
Wettelijk kader
Personen die een bedrijf uitoefenen zijn gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, naar de eisen van dat bedrijf, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken (de administratieplicht; artikel 52, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder b, van de Awr).
De bewaarplicht houdt voor zover van belang in dat gegevensdragers zeven jaar bewaard moeten worden en dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is (artikel 52, vierde en zesde lid, van de Awr).
Het belang van detailgegevens van pinbetalingen voor de omzetbelasting vormt voor de inkomstenbelasting een indirect belang. Deze gegevens zijn namelijk niet direct van belang voor de hoogte van de omzet, maar enkel indirect, vanwege de bepaling van de hoogte van de omzetbelastingschuld. Het gaat echter te ver om elke (mogelijke) tekortkoming in de administratie voor de omzetbelasting vanwege deze doorwerking eveneens als gebrek voor de inkomstenbelasting aan te merken. Daarbij komt dat de verkoop van producten, waarvoor het hoge btw-tarief geldt, afzonderlijk is bijgehouden via een notitie op de kasbladen. Wat betreft de door de kappers verrichte epileerdiensten kon in elk geval redelijkerwijs gedacht worden dat hierop het lage tarief van toepassing was, zodat het te ver gaat om aan verweerders andersluidende standpunt de conclusie te verbinden dat er gedetailleerde pingegevens hadden moeten zijn op straffe van verwerping van de administratie.
De zogenoemde ‘materiële gebreken’
De rechtbank is van oordeel dat de 8 zogenoemde materiële gebreken van de administratie door verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt zijn.
- de ontbrekende detailgegevens van de kassa of een kasboek met gegevens van de contant betaalde bedragen gedurende de dag (zie onder 21);
- de ontbrekende werkroosters (zie onder 28), en
- het bewaren van de gegevens van de laptop (zie onder 32).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- handhaaft de informatiebeschikking op de volgende onderdelen (inclusief de daarbij behorende toelichting):
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.
mr. A.A. Fase, leden, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2021.