Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 april 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] BV, te [vestigingsplaats] , verzoekster(gemachtigde: mr. F.W. Horstman),
de burgemeester van de gemeente Haarlem, verweerder(gemachtigde: J.A.M. Lubbers en mr. C. Laros - van der Jagt).
Procesverloop
12 maart 2021 voor 5 weken te sluiten op grond van artikel 58n van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg).
Overwegingen
Op 6 maart 2021, omstreeks 00:06 uur is er een controle uitgevoerd in het kantoorpand van verzoekster. In het kantoorpand zijn vervolgens acht personen aangetroffen die onderling geen veilige (anderhalve meter) afstand hielden. De tafel in het kantoorpand werd gebruikt om te pokeren. Per zitplaats lagen er fiches en andere voor het pokerspel benodigde attributen. Daarnaast zijn geopende flessen sterke drank aangetroffen en een papieren wikkel met wit poeder, lijkend op cocaïne. Nagenoeg alle aanwezigen verkeerden zichtbaar onder invloed van alcoholhoudende drank. De samenkomst is vervolgens door de politie beëindigd.
“De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid,de bevelen te geven die met het oog opde bescherming van veiligheid en gezondheidnodig zijn.”Met verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester op grond van artikel 174, tweede lid, Gemeentewet ook bevoegd is om openbare plaatsen (zoals horecapanden) te sluiten. Ook hier is geen expliciete sluitingsbevoegdheid opgenomen in de wet, terwijl deze bevoegdheid wel hieraan wordt ontleend, hetgeen wordt geaccordeerd in de rechtspraak.
allebevelen kan geven die nodig zijn voor de beëindiging van gedragingen of activiteiten. Ook hierin leest de voorzieningenrechter geen beperking van de bevelsbevoegdheid.
Daarbij komt dat zowel in artikel 58m (dat ziet op maatregelen voor openbare plaatsen) als in artikel 58n (dat ziet op maatregelen voor besloten plaatsen) dezelfde bewoordingen zijn gebruikt door de wetgever. In beide artikelen staat dat
‘de burgemeester de bevelen kan geven die nodig zijn om …’. Bij artikel 58m wordt vervolgens in de wetsgeschiedenis als voorbeeld genoemd dat de burgemeester (openbare) plaatsen kan sluiten. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding om te oordelen dat de bevelsbevoegdheid ten aanzien van besloten plaatsen is beperkt door de wetgever en dat er dus geen bevoegdheid tot sluiting volgt uit dit artikel.
allebevelen, en dus ook een sluitingsbevel, te geven die nodig zijn voor de beëindiging van de gedraging of activiteit als door die gedraging of activiteit een ernstige vrees voor de onmiddellijke verspreiding van het coronavirus ontstaat. Verweerder was dus in beginsel bevoegd het kantoorpand van verzoekster te sluiten.