Uitspraak
Rechtbank noord-holland
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] ( [land] ), eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 11 februari 2019 een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft op 28 oktober 2020 gereageerd op de nadere motivering van het beroep.
Overwegingen
Artikel 116 DWU Pro, zesde lid:
6. Terugbetaling geeft geen aanleiding tot betaling van rente door de douaneautoriteiten.
Er wordt echter wel rente betaald indien een beschikking tot terugbetaling niet binnen drie maanden vanaf de dag waarop deze beschikking werd verleend, ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de niet-naleving van deze termijn niet aan de douaneautoriteiten te wijten is.
In dit geval wordt de rente betaald vanaf de dag waarop de termijn van drie maanden verstrijkt tot de dag van terugbetaling. Het tarief van deze rente wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 112.
2. Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking,
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op te innen of terug te betalen bedragen aan rechten bij invoer, rechten bij uitvoer, kredietrente, vertragingsrente en rente op achterstallen en belastingen of heffingen waarop de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard
.
1. Voor zover de ontvanger op grond van een beschikking van de inspecteur gehouden is belasting terug te geven omdat de desbetreffende belasting in strijd met het Unierecht is geheven, wordt op verzoek aan de belastingschuldige invorderingsrente vergoed.
Artikel 30 IW Pro:
1. De ontvanger stelt het bedrag van de betalingskorting en van de invorderingsrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het bedrag van de betalingskorting wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld of op andere wijze schriftelijk kenbaar gemaakt. Het bedrag van de invorderingsrente wordt op het afschrift van de uitspraak of de kennisgeving waarmee de vermindering wordt bekendgemaakt afzonderlijk vermeld of op andere wijze schriftelijk kenbaar gemaakt.
1. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.
6. Intrekking of vervanging van het bestreden besluit staat niet in de weg aan vernietiging van dat besluit indien de indiener van het bezwaar- of beroepschrift daarbij belang heeft.
28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1790) op het standpunt dat artikel 28c IW een bijzondere regeling is, die voorrang heeft boven de algemene regeling van artikel 8:73 Awb Pro, waardoor de rechtbank niet bevoegd is om de inspecteur te gelasten rente te vergoeden. Op grond van artikel 27ter, eerste lid, IW stelt de ontvanger het bedrag van de rente vast. Dit geldt voor alle aangiftes die zijn gedaan voor 1 mei 2016, dus ook voor de aangiften die zijn gedaan voor 1 januari 2015. Op de zitting heeft verweerder daaraan toegevoegd dat uit artikel 27quater IW voortvloeit dat de rechtbank ter zake van de aangiftes na 1 mei 2016 wel bevoegd is om te oordelen over de vordering tot vergoeding van rente van eiseres.
Verweerder stelt ten aanzien van de aangiftes die zijn gedaan vanaf 1 mei 2016 over de verschuldigdheid van rente dat het bepaalde in artikel116, zesde lid, DWU niet toestaat dat in het onderhavige geval rente wordt vergoed. Ook is er geen andere wettelijke bepaling die verweerder verplicht tot het vergoeden van rente.
“Is er van een schending van het Unierecht − als voorwaarde voor het door het
Beslissing
10 september 2020 in de zaak C-427/20 (Flexi Montagetechnik GmbH & Co. KG vs Hauptzollamt Kiel) ingediend vraag, uitspraak te doen over de volgende vraag:
in het openbaar uitgesproken.