ECLI:NL:RBNHO:2021:12518

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 november 2021
Publicatiedatum
18 januari 2022
Zaaknummer
HAA 21/3981
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 8:71 AwbArt. 24 Invorderingswet 1990Art. 30 Invorderingswet 1990
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over verrekening gemeentelijke belastingschulden

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een bericht van de applicatiebeheerder van de gemeente over de voorgestelde verrekening van gemeentelijke belastingschulden en belastingvorderingen, voortvloeiend uit een verlaging van de WOZ-waarde van zijn woning.

De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de bijbehorende negatieve lijst in bijlage 2 bij de Awb, alleen tegen besluiten op grond van bepaalde artikelen van de Invorderingswet 1990 beroep kan worden ingesteld bij de belastingrechter. Een besluit tot verrekening van bedragen wordt genomen op grond van artikel 24 Invorderingswet Pro 1990 en valt daarmee buiten de bestuursrechtelijke bevoegdheid.

Daarom is de bestuursrechter niet bevoegd om het beroep te behandelen, noch het verzoek om een dwangsom dat hiermee samenhangt. De rechtbank verklaart zich derhalve kennelijk onbevoegd en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het besluit tot verrekening van gemeentelijke belastingschulden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/3981

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2021 in de zaak tussen

[X] te [Z], eiser

(gemachtigde: mr. A.C.R. Molenaar),
en

de heffingsambtenaar van Gemeente Velsen, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft op 22 juli 2021 beroep ingesteld in verband met het bericht van de applicatiebeheerder heffen en innen van de gemeente van 6 april 2021, waarbij de applicatiebeheerder vraagt of de gemachtigde akkoord gaat met de voorgestelde verrekening van gemeentelijke belastingschulden en belastingvorderingen.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De rechtbank stelt vast dat eiser is opgekomen tegen de verrekening van de teruggaaf van gemeentelijke belastingen die volgt uit de verlaging van de WOZ-waarde van eisers woning door verweerder.
3. In artikel 8:5, eerste lid van de Awb is bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij deze wet behoort. In bijlage 2 bij de Awb inzake de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (de zogenoemde negatieve lijst) wordt onder meer de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a, genoemd. Dat betekent dat ingevolge de Awb alleen tegen beslissingen op grond van de artikelen 30, 49 en 62a van de Invorderingswet 1990 beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld. Een beslissing over het verrekenen van uit te betalen en te innen bedragen wordt genomen op grond van artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990 (in samenhang met artikel 231 van Pro de Gemeentewet). Ter zake van een zodanig besluit is de bestuursrechter dus niet bevoegd. Met betrekking tot de verrekening kan slechts een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld (zie artikel 8:71 van Pro de Awb).
4. Omdat de bestuursrechter niet bevoegd is om een besluit tot verrekening te behandelen, is de bestuursrechter dus ook niet bevoegd om het verzoek om een dwangsom te behandelen dat hiermee samenhangt.
5. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank (de bestuursrechter) zich kennelijk onbevoegd.
6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ferrier, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 november 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.