Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
pistool schot denkt door kussenheeft ingevoerd, waarbij voor ‘denkt’ waarschijnlijk ‘(ge)dempt’ moet worden gelezen. [verdachte 2] heeft hierover verklaard dat hij ‘denkt’ dat het zo gegaan is dat [verdachte 1] het heeft opgezocht op zijn telefoon en dat zij er samen naar hebben gekeken. De rechtbank is van oordeel dat op grond van deze aarzelende verklaring niet overtuigend kan worden vastgesteld dat [verdachte 2] de zoekterm zelf heeft ingevoerd dan wel dat hij er samen met [verdachte 1] naar heeft gekeken. Het aantreffen van de zoekterm in de telefoon van [verdachte 2] heeft daarom geen doorslaggevende betekenis voor het antwoord op de vraag of sprake is geweest van een gezamenlijk plan van [verdachte 1] en [verdachte 2] om [slachtoffer] te doden.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
onder 1subsidiair bewezenverklaarde levert op:
onder 2bewezenverklaarde levert op:
onder 3bewezenverklaarde levert op:
onder 3bewezenverklaarde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen
uitwonendepleeg- en stiefkinderen, zoals de benadeelde partijen in de onderhavige zaak, een beroep zullen moeten doen op de hardheidsclausule van lid 4 onder g. Ten aanzien van hen geldt immers niet dat de overledene ten tijde van zijn overlijden duurzaam in gezinsverband de zorg over hen had.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
niet bewezenwat aan de verdachte onder
1 primairis ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
bewezendat de verdachte de onder
1 subsidiair, 2 en 3ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
ontslaatde verdachte daarvoor
van alle rechtsvervolging.
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren.
[benadeelde partij 1]niet-ontvankelijk in de vordering.
[benadeelde partij 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 122 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde partij 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 122 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Heft ophet bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.