Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
3 februari 2021
1.[gedaagde 3],
- mr. R.M.P. van den Bogert, deurwaarder,
- mr. Ruiter voornoemd,
- [V] in persoon, bijgestaan door mr. Kroep voornoemd en diens kantoorgenoot mr. S. Erkel.
Rechtbank Noord-Holland
Intraco c.s. legde op 6 september 2018 conservatoir beslag op alle aandelen van [V] in [VDB]. Na een vonnis van 22 april 2020, waarbij [V] werd veroordeeld tot betaling, werd het beslag executoriaal. Vervolgens gaf [VDB] op 27 oktober 2020 een extra aandeel uit, waardoor het aantal aandelen toenam van 50 naar 22.690 plus één extra aandeel.
De deurwaarder vroeg de voorzieningenrechter welke aandelen executoriaal verkocht moeten worden, aangezien Intraco c.s. beslag had gelegd op 100% van de aandelen ten tijde van het beslag, maar er nadien een extra aandeel was uitgegeven. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitgifte van het extra aandeel niet tegen Intraco c.s. kan worden ingeroepen vanwege de relatieve beschikkingsonbevoegdheid van [VDB].
Daarom mogen alle aandelen, inclusief het extra aandeel, worden verkocht. Tevens werd [VDB] veroordeeld in de proceskosten omdat zij de executoriale verkoop trachtte te frustreren door het uitgeven van een extra aandeel. De kosten werden begroot op € 1.750,88 ten gunste van Intraco c.s.
Uitkomst: Alle in beslag genomen aandelen, inclusief het later uitgegeven extra aandeel, mogen executoriaal worden verkocht en [VDB] wordt veroordeeld in de proceskosten.