ECLI:NL:RBNHO:2021:10288
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens rekenfout en onvoldoende onderbouwing
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning met een dakkapel en garage, gelegen op een perceel van 900 m², met een inhoud van circa 560 m³. De waardepeildatum is 1 januari 2019. De belastingambtenaar had de waarde vastgesteld op €737.000, maar eiser stelde dat de waarde €567.000 zou moeten zijn, onderbouwd met verkoopprijzen van vergelijkbare woningen en de staat van onderhoud van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de belastingambtenaar niet aan zijn bewijslast heeft voldaan, omdat de optelling van de waardes van de onderdelen van de woning in de waarderingsmatrix slechts €731.000 bedraagt, niet de door hem verdedigde hogere waarde. Hierdoor wordt de WOZ-waarde verminderd naar €731.000. Daarnaast is de indexering van verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten naar de waardepeildatum voldoende zorgvuldig en transparant uitgevoerd.
De rechtbank bevestigt dat de vergelijkingsobjecten qua type, ligging en omvang voldoende vergelijkbaar zijn en dat de verschillen in ligging en onderhoudstoestand door de belastingambtenaar adequaat zijn meegenomen. De formele grieven van eiser leiden niet tot een ander oordeel. De rechtbank veroordeelt de belastingambtenaar in de proceskosten van eiser, waaronder vergoeding van taxatiekosten en griffierecht.
De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar en leidt tot een verlaging van de aanslag onroerende-zaakbelasting op basis van de nieuwe WOZ-waarde van €731.000. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: WOZ-waarde woning verlaagd naar €731.000 wegens rekenfout en onvoldoende onderbouwing