Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
€ 26.000,-. De verdachte heeft deze lening maandelijks afgelost met bedragen van minimaal € 200,-. Zij had destijds een regulier inkomen en voerde een gezamenlijke huishouding met haar moeder, die ook inkomsten ontving. Voorts ontving de verdachte jaarlijks een schenking van haar vader.
€ 200,- terugbetalen. De verdachte heeft de lening uiteindelijk op onregelmatige momenten terugbetaald. Het bedrag is in gedeeltes, contant, terugbetaald. Dit gebeurde meestal met bedragen van een paar honderd euro en een enkele keer met grotere bedragen. De lening was tussen 2010 en 2011 geheel afgelost.
€ 38.922,-. De rechtbank is van oordeel dat de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden, die er volgens het openbaar ministerie op neerkomen dat de inkomsten van de verdachte ontoereikend zijn geweest om de genoemde lening (contant) af te lossen, zonder andere bijkomende feiten en omstandigheden - die onvoldoende zijn gebleken -, niet de conclusie rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het terugbetaalde geld van misdrijf afkomstig is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking de hoogte van het door de verdachte terug te betalen bedrag, in relatie tot haar inkomsten en de omstandigheid dat zij met haar moeder een gezamenlijke huishouding voerde, hetgeen kostenmatigend werkt, alsook de ruime periode van ten minste vier jaren waarin genoemd geldbedrag in gedeeltes is afgelost. De omstandigheid dat (deel)betalingen steeds contant zijn gedaan maakt dit oordeel niet anders. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde witwassen van het bedrag van € 26.000,- , zodat zij hiervan zal worden vrijgesproken.
reguliereinkomen uit arbeid of uit haar vermogen. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank sprake van feiten en omstandigheden die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de door de verdachte gedane contante bijbetalingen uit misdrijf afkomstig zijn. Hieronder zal per auto nader worden ingegaan op de verklaring die de verdediging heeft gegeven over de herkomst van – kort gezegd – de (bij)betalingen aan de auto’s. Verder zal de rechtbank ingaan op de vraag of de verdachte, ook ten aanzien van de auto’s waarvoor zij niet zelf een bijbetaling heeft gedaan, gebruik heeft gemaakt van de in de tenlastelegging genoemde auto’s terwijl zij wist dat die auto’s (middellijk) uit misdrijf afkomstig waren.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
150 urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 75 dagen hechtenis.