Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 3 november 2020 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
21 november 2018 is ontvangen.
Overwegingen
29 augustus 2013 werden aanvaard. Verweerder stelt - anders dan eiseres - dat de in geschil zijnde goederen toestellen betreffen met de modelnummers [# 1] en [# 2] .
“eenzelfde model is als ten invoer aangegeven”.Voorts blijkt uit de “Purchase order” dat eiseres toestellen van de modellen [# 1] en [# 2] heeft besteld en geen toestellen met modelnummer [# 4] . Verweerder stelt dat uit de aankoopopdracht volgt dat de overgelegde handelsfacturen een onjuist modelnummer vermelden. Nu eiseres, in afwijking van hetgeen door haarzelf in bezwaar is verklaard, in beroep stelt dat de ingevoerde toestellen een ander model betreffen dan modelnummers [# 1] en [# 2] dient zij hiervoor het bewijs te leveren. De enkele verwijzing naar de vermeldingen op de handelsfacturen is niet voldoende. Eiseres is de meest gerede partij om helderheid te verschaffen over de door haar ingevoerde goederen. Nu zij dit heeft nagelaten, dient een eventuele onduidelijkheid over de identificatie van de goederen voor haar rekening te komen.