Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
4.Beoordeling van het bewijs
Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van slachtoffer [slachtoffer 3] en twee onbekende, niet verwante personen.
extreem veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de oplegging van de straf en de maatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
9.Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
5 (vijf) jaren.
ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 38.766,75(zegge: achtendertig duizend zevenhonderdzesenzestig euro en vijfenzeventig cent), bestaande uit € 8.766,75 als vergoeding voor de materiële en € 30.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.229,71(zegge: vierduizend tweehonderdnegenentwintig euro en eenenzeventig cent), bestaande uit € 429,71 als vergoeding voor de materiële en € 3.800,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag
[slachtoffer 3]niet-ontvankelijk in de vordering.
toe.
270 dagen.