Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
ligt”gebruikte, is naar het oordeel van de rechtbank veelzeggend, omdat – wanneer het door verdachte geschetste scenario van de overval gevolgd zou worden – verdachte niet kon weten in welke toestand [slachtoffer] zich op het moment van zijn vertrek uit de woning bevond. Verdachte heeft immers verklaard dat hij in de gang moest blijven nadat de mannen waren binnengekomen, terwijl [slachtoffer] al die tijd in de woonkamer was. Voorts merkt de rechtbank op dat toen verdachte ’s nachts de [flat] verliet, om ongeveer 3.43 uur, op de camerabeelden niets is waar te nemen dat er op duidt dat verdachte net ‘slachtoffer’ was geworden van een overval in zijn woning. Integendeel, verdachte komt op die beelden rustig en niet gestrest over. Verdachte heeft ook niet direct de politie gebeld, maar pas een half uur later, toen hij – nota bene na het aantrekken van zijn regenbroek en handschoenen – bij zijn vriendin arriveerde.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
- het rapport van het psychologisch onderzoek Pro Justitia, opgesteld door drs. R.S. Turk, GZ-psycholoog, gedateerd 23 januari 2020;
- het rapport van het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia, opgesteld door J. van der Meer, psychiater, gedateerd 28 januari 2020;
- het reclasseringsadvies, opgesteld door [reclasseringswerker 1] , werkzaam bij GGZ Reclassering Fivoor te Leiden, gedateerd 31 januari 2020;
- het milieurapport, opgesteld door [forensisch milieurapporteur] , forensisch milieurapporteur, gedateerd 31 juli 2020;
- het rapport van het aanvullend psychologisch onderzoek Pro Justitia, opgesteld door drs. R.S. Turk, voornoemd, gedateerd 13 augustus 2020;
- het rapport van het aanvullend psychiatrisch onderzoek Pro Justitia, opgesteld door J. van der Meer, voornoemd, gedateerd 19 augustus 2020;
- het reclasseringsadvies, opgesteld door [reclasseringswerker 2] , werkzaam bij GGZ Reclassering Fivoor te Heerhugowaard, gedateerd 23 september 2020.
7.Beslissing ten aanzien van het beslag
8.Vorderingen benadeelde partijen
“Voldoende is dat een rechtstreeks verband bestaat tussen het gevaarzettend handelen enerzijds en het geestelijk letsel dat een derde door de confrontatie met de gevolgen van dit handelen oploopt anderzijds. Deze confrontatie kan ook plaatsvinden (kort) nadat de gebeurtenis die tot de dood of verwonding van een ander heeft geleid, heeft plaatsgevonden”, aldus de Hoge Raad.
rechtstreekseconfrontatie met (de gevolgen van) het misdrijf, en uit die emotionele schok geestelijk letsel is voortgevloeid. Bij die confrontatie gaat het blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad om het (onverhoeds) waarnemen van het misdrijf zelf en/of van het lichaam en de verwondingen van het slachtoffer (kort) na het misdrijf.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren.
ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
[benadeelde partij 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 37.500,- (zevenendertigduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 153,67, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
[benadeelde partij 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 37.500,- (zevenendertigduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 222 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in de vordering.