Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van 4 mei 2020 met 5 producties,
- het verweerschrift met 1 productie.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser is op 21 december 2018 bij het verlaten van een Vomar-winkel ten val gekomen op een natte tegelstrook, waarbij hij een heupfractuur opliep. Hij vordert aansprakelijkheid van Vomar wegens onvoldoende voorzorgsmaatregelen tegen gladheid, zoals het plaatsen van extra matten of waarschuwingsborden.
De rechtbank beoordeelt de situatie aan de hand van de Kelderluikcriteria en constateert dat eiser bij het verlaten van de winkel de nodige oplettendheid had moeten betrachten, mede omdat hij de natte tegelstrook had kunnen voorzien gezien het weer en de aanwezige matten. Vomar kon niet worden verweten dat zij geen mat dichter bij de schuifdeuren kon leggen.
De val wordt gezien als een ongelukkige samenloop van omstandigheden zonder dat Vomar een onrechtmatige daad kan worden toegerekend. De vordering tot aansprakelijkheid wordt daarom afgewezen. De rechtbank begroot de proceskosten, maar wijst vergoeding daarvan af omdat de aansprakelijkheid niet is vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aansprakelijkheid van Vomar af wegens onvoldoende voorzienbaarheid en oplettendheid van eiser.