Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
verder te noemen: [eiser]
verder te noemen: [gedaagde]
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft een vordering ingesteld tot betaling van openstaande facturen voor deelname aan een kunstbeurs, gericht aan 'Public House of Art'. Gedaagde, werknemer bij PHA B.V., betwist dat hij contractspartij is en stelt dat de overeenkomst met PHA B.V. is gesloten.
De kantonrechter beoordeelt eerst of de juiste partij is gedagvaard. Eiser heeft niet aangetoond wie zich heeft aangemeld voor de beurs en met wie de overeenkomst is gesloten. Geen factuur is aan gedaagde gericht en hij heeft niet persoonlijk deelgenomen.
De enkele e-mail van gedaagde dat PHA B.V. deelneemt is onvoldoende bewijs dat hij contractspartij is. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan eiser opgelegd.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter W. Aardenburg en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2020.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat gedaagde de contractspartij was.