ECLI:NL:RBNHO:2020:7022
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksuele handelingen
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 8 september 2020 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het hebben van seksuele handelingen met aangeefster terwijl zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde door alcohol en/of GHB. De feiten speelden zich af op 5 oktober 2018, waarbij verdachte en aangeefster als 'friends with benefits' samen waren en onder andere drie flessen wijn hadden gedronken.
De verklaringen van aangeefster en verdachte over de omstandigheden van de seksuele handelingen verschilden sterk. Aangeefster stelde dat zij niet meer op haar benen kon staan, misselijk werd en meerdere keren overgaf, terwijl verdachte verklaarde dat zij beiden helder waren en instemming bestond. Er was geen toxicologisch onderzoek dat de vermindering van bewustzijn bevestigde.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat aangeefster in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde tijdens de seksuele handelingen, noch dat verdachte zich hiervan bewust was of opzet had. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat aangeefster in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde tijdens de seksuele handelingen.