ECLI:NL:RBNHO:2020:6856
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk strafontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim bevestigd
Eiseres, werkzaam als coördinerend medewerker bij de rechtbank Den Haag, kreeg een disciplinaire straf van voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens plichtsverzuim. Dit betrof onder meer het onterecht opdracht geven aan een stagiaire om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, het beledigen van haar leidinggevende in het bijzijn van collega's en het in diskrediet brengen van de werkgever door een gesprek met de werkgever van de stagiaire.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de gedragingen heeft begaan en dat deze gedragingen als plichtsverzuim kwalificeerden. Hoewel eiseres aanvoerde dat het schoonmaakverzoek een praktisch verzoek was en haar reacties verklaarde door vernedering, werden deze verweren verworpen. Ook werd geoordeeld dat eiseres haar leidinggevende onheus bejegende en de reputatie van haar werkgever schaadde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van de disciplinaire maatregel en dat de straf niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en het vertrouwen dat eiseres had geschaad. De lange staat van dienst en het ontbreken van eerdere disciplinaire maatregelen maakten dit niet anders.
Het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en de straf bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het voorwaardelijk strafontslag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.