Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Dat bij de uitspraak op bezwaar twee woningen aan de [H] zijn toegevoegd aan de vergelijking om de onderbouwing van de waarde te verstevigen, stond verweerder vrij. Er was namelijk geen sprake van een situatie waarbij verweerder zich gebonden had aan een bepaalde onderbouwing van zijn standpunt. Verweerder mocht, evenals eiser, het eigen standpunt onderbouwen met nieuwe argumenten en bewijsmiddelen.
Eiser is niet in zijn procesvoeringsmogelijkheden of belangen geschaad door de wijziging in de vergelijkingsobjecten. Het nut van de bezwaarfase is eiser immers niet onthouden. Wat betreft de door eiser beschreven gemiste kans heeft verweerder zich dit aangetrokken door via de taxateur contact met eiser te zoeken om hem zo de gelegenheid te geven om verweerder op andere gedachten te brengen ten aanzien van de nieuwe panden. Iets wat verweerder overigens niet verplicht was te doen, gelet op het hiervoor overwogene.
Aan eiser kan worden toegegeven dat zijn achtertuin door een potentiële koper wellicht minder aantrekkelijk gevonden wordt dan de tuinen van de andere panden, vanwege het taps toelopen. Deze omstandigheid rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank in principe een vermindering van de perceelwaarde. Maar door het grote verschil in de kubieke meterwaardering tussen eisers woning en de vergelijkingspanden is er – gelet op de niet evenredig grote verschillen tussen de woningen – naar het oordeel van de rechtbank genoeg ruimte in de totale waardering van de woning (pand en perceel tezamen) om een waardedrukkend effect van de perceelvorm reeds in die waardering verdisconteerd aanwezig te achten. Per saldo heeft verweerder zich genoeg rekenschap gegeven van de verschillen in grootte en kwaliteit tussen de woning en de vergelijkingspanden.