Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2020 op het verzet van
[opposant] (hierna: [opposant] ), te [woonplaats] .
Procesverloop
.Het college is ook niet verschenen.
Rechtbank Noord-Holland
Opposant heeft 23 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Wob-verzoeken bij het college van burgemeester en wethouders van Den Helder. De rechtbank heeft deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.
Tegen deze uitspraken heeft opposant verzet ingesteld en verzocht om een zitting, maar verscheen niet. De rechtbank heeft het verzet behandeld en beoordeeld of de niet-ontvankelijkheid terecht was vastgesteld zonder inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden.
De rechtbank overweegt dat opposant het griffierecht van €178,- niet heeft betaald ondanks herhaalde aanmaningen per aangetekende en gewone post. Opposant voerde dat hij betalingsonmacht had en dat het college weigerde bijzondere bijstand te verlenen, waardoor toegang tot de rechter werd belemmerd.
De rechtbank stelt dat opposant had kunnen verzoeken om opschorting of nihilstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht, maar dit niet heeft gedaan. Daarom zijn de beroepen terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheid van de beroepen wegens niet betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.